Aanslag van 5,1% op bezoldigingstekort is definitief verdwenen!

Vanaf het aanslagjaar 2019 voorzag de wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting dat een vennootschap een afzonderlijke heffing van 5,1% vennootschapsbelasting verschuldigd was op het tekort aan toegekende bedrijfsleidersbezoldiging in vergelijking met het minimaal toe te kennen bedrag.

Als vennootschap moet er ten laste van haar resultaat van het boekjaar een minimale bezoldiging worden toegekend van minstens 45.000 EUR aan minstens één van haar bedrijfsleiders of natuurlijke personen (tenzij de belastbare winst kleiner is dan 45.000 EUR). Mocht de vennootschap de minimale bezoldiging niet toekennen, dan verliest ze het verlaagd tarief van 20,4% vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 EUR winst. Daarbij was de vennootschap een aanslag van 5,1% verschuldigd op het te weinig toegekende bezoldigingsbedrag. Er was sprake van een dubbele sanctie. Vele groepen van vennootschappen werden plots geconfronteerd met een extra belasting.

Er waren twee uitzonderingen op de regel. Enerzijds was de afzonderlijke aanslag niet van toepassing voor jonge kleine vennootschappen gedurende de eerste vier boekjaren vanaf hun oprichting. Anderzijds werd de 75.000 EUR-regel voorzien bij verbonden vennootschappen waar minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen waren.

Intrekking van de 5,1% heffing is een feit

Ondanks eerdere reparatiewetgeving lokte de 5,1% heffing tal van vragen uit in het parlement. Oppositiepartij PS diende reeds op 31 januari 2018 een wetsvoorstel in tot afschaffing van die 5,1% aanslag. Meer dan één jaar later, op 19 maart 2019, kwam de Kamercommissie Financiën hier op terug en keurde het onmiddellijk goed.

Niet veel later werd het wetsvoorstel teruggestuurd naar de Kamercommissie met een aantal technische amendementen. Blikvanger in deze amendementen was de duidelijke retroactieve intrekking (i.p.v. de opheffing) van de bijzondere aanslag van 5,1% met in haar kielzog de 75.000 EUR -regel.

Op 2 april 2019 keurde de Kamercommissie Financiën het gehele wetsvoorstel, met inbegrip van enkel wetgevingstechnische correcties goed. Resultaat van de stemming: 11 stemmen voor en 1 onthouding. Op 4 april 2019 besliste de Kamer in plenaire vergadering om het wetsvoorstel goed te keuren.

Retroactieve intrekking

Het in werking treden van de opheffing van de 5,1% aanslag stemt overeen met de initiële inwerkingtreding van het ingetrokken artikel en de aanpassingen van de andere betrokken artikelen, conform de inwerkingtreding van de wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting.

De heffing van 5,1% is dus definitief verdwenen voor alle vennootschappen, alsof de aanslag nooit had bestaan! Hierdoor sneuvelt één van de meest ophefmakende maatregelen uit de hervorming van de vennootschapsbelasting.

Opgelet. De minimale bedrijfsleidersbezoldiging van 45.000 EUR blijft wel bestaan als voorwaarde voor het verlaagd VenB-tarief.

site web par Kluwer EasyWeb